Blog

We wandelen over het kerkhof, elk met een pot chrysanten in onze armen. Hij een oranje, ik een witte.

De grote bombastische graven, de urnengraven, de ingetogen graven, de graven met beren, speelgoed en kleurrijke ornamenten waar je niet durft naar kijken omdat er naar kijken misschien betekent dat je het lot tart.

We zetten de potten neer bij de moeder en dochter die naast elkaar liggen, ook een beetje voor de vader van de dochter. Vegen wat aarde aan de kant. Blijven even staan. Kijken naar de foto’s van de moeder en dochter die naast elkaar liggen, misschien kozen we zoveel jaren geleden wel niet de juiste foto. Hadden we niet beter.

Hij en ik blijven niet lang staan.

Ik kijk nog even naar de anderen, de rouwenden, of zij verdriet hebben. Rode ogen, tranen, een glimlach, het is mijn maatstaf die meet hoelang hun gestorvene al gestorven is.

We wandelen terug naar de auto. We zeggen luidop dat we blij zijn dat er iets is waar we naartoe kunnen als dat nodig is. Waar we naartoe kunnen om een plantje te zetten.

Ik krijg een krop in mijn keel. Maar ik slik die weg. Ik slik die weg.

Ik slik die weg want komaan zeg, het is al negentien jaar geleden.

Dit was september 2022

“HeyHey Jenka, doe mee aan een fittest en maak een afspraak voor een gratis bodyscan en vrijblijvend voedingsadvies.”

“Hey Jenka, alles goed? We zijn bezig met een concept waarbij we mensen helpen naar meer energie en afvallen. Is dit vandaag voor jou een meerwaarde?”

“Ik verloor 50 kg met een fitheidsplan. We kunnen jou ook helpen!

Dit soort berichten krijg ik – helaas – toch een keer of vijf per jaar via Messenger of Instagram. Dan vraag ik het me af. Krijgen andere mensen dit ook. Krijgen slanke mensen die eruitzien alsof ze dagelijks in de sportzaal zitten, ook dit soort berichten? Of gaan zij af op de profielfoto, waar de persoon niet zo strak in zijn vel zit. Waar de persoon buik, billen en borsten heeft? Dries heeft nog nooit dit soort vraag gekregen.

Ik ben niet ‘slank’, daar hoeft niemand mij op te wijzen. Ik sneukel al eens graag, er ligt altijd wel ergens een zakje snoep waar ik in kan grabbelen als ik daar nood aan heb. We eten vers, meestal gezond, op een luie avond waar we een pizza in de oven schuiven of frieten halen na, en ik sport. Jawel, lieve lui die mij een fittest willen aanmeten, of meer energie willen schenken, ik sport. Dus laat je niet vangen door dit niet zo strakke lijf, ik wil wel eens langskomen voor een fittest of een energiemeting, of whatever.

Voor mij is dit soort berichten een vorm van body shaming. Ooit was er iemand die mij vergeleek met een vruchtbaarheidsbeeld uit de prehistorie. Zoek het maar eens op, het is heel weinig flatterend. De persoon in kwestie zal het niet meer weten, mensen met een groot ego vergeten dat ze anderen kwetsen. Of die opmerkingen als “je bent verdikt”, of “je was vroeger toch veel slanker”. Het is misschien een milde vorm van body shaming, maar het is er wel één.

Dit gezegd zijnde, ik ben intussen een maand bezig op mijn nieuwe werk. Ook een beetje de reden waarom ik 1 september geen blog schreef. De stress man, de stress 🙂 Maar het is goed gekomen. We zijn weer vertrokken!

Dit was juli 2022

We hebben niet goed geslapen,” zei je toen je weer thuiskwam, “want de aarde was te hard en het yogamatje was te dun. Het was leuk, vader en zoon op stap, we doen het veel te weinig.” Maar je had niet goed geslapen, want de aarde was te hard.

En ik zei dat ik ook niet zo goed geslapen had, dat ik de klok had zien veranderen naar één uur, dat ik voortdurend naar jou op zoek was gegaan, met mijn voet jouw huid had gezocht maar niets vond, zelfs toen ik met mijn lange benen zo ver naar jouw kant reikte dat mijn voeten uit het bed kwamen. Ik vond je niet. Ik had me even horizontaal gelegd op het bed, mijn benen in de lucht gezwierd en ze traag laten zakken in de hoop jou te vinden die mijn benen zou tegenhouden maar dat gebeurde niet. Mijn benen vielen gewoon op de matras.

Ik vond je niet.

De avond ervoor gingen we samen naar de Margrietekermis. Ik kwam beneden en Dré vroeg “of ik in mijn pyjama naar de kermis ging“. Ik droeg een marineblauwe short en een T-shirt met wit-lichtgroene strepen. Aarzelend ging ik terug naar boven en zocht een jurk uit. We hadden plezier op het terras aan de Zwaan, op het einde kwam mijn broer, Wim, bij ons zitten. “Wat heb jij nu aan, “zei hij, “met je gouden bril en je gouden veren op je jurk.” Hij vroeg of mijn jurk niet te kort was. Ik stamelde, geen idee wat ik daar op moest antwoorden en de twee Omers die ik voordien had gedronken, deden ook al geen goed aan mijn reactievermogen. Hij herhaalde de woorden toen we rechtstonden om naar huis te gaan. “Waarom is je kleed zo kort?” Hij zei het om te lachen, ik draag zelden een jurk. Dries en ik wandelden verder. Ik trok heel de tijd mijn kleed naar beneden en ik vroeg aan Dries “of mijn jurk echt te kort is?” Hij antwoordde dat hij het wist dat ik het zou vragen, “je trekt nu heel de tijd dat kleed naar beneden. Je moet er niet aan trekken, het is maar zo lang.” We stopten om frieten te kopen, een kleintje met ketchup en een frikandel. Dat weerhield me ervan heel de tijd aan mijn jurk te frunniken. Want ik heb maar twee handen. Maar het was oké, want intussen waren we de menigte voorbij en we wandelden over de stille straat naar ons huis. We waren bijna thuis toen onze frieten op waren, ik was vergeten dat mijn kleed te kort was, we gingen binnen langs de zijkant want ik had geen sleutel mee.

We gingen binnen langs de zijkant en ik zag de tent staan en de trekkersrugzak, de wandelschoenen en ik dacht

O nee, morgen moet ik alleen slapen.

Dit was juni 2022

Geen lange blog deze maand, maar wel een fragment uit mijn afstudeerproject cursus Creatief Schrijven, ‘Kroketten op zondag’, een autobiografie over mezelf en mijn mama. Er worden nog een paar exemplaren bij afgedrukt op vraag, dus wie zin heeft om verder te lezen, ik kan je op de lijst zetten (15 euro).

“… Ik heb je rode brillendoos, met je bril in. De bril die vaker aan het bruine koord rond je nek hing dan op je neus stond. Ik heb een pluk van je bruine haar, mooi bewaard in een opgevouwen papier. Papa bewaarde het de dag dat we je haar sneden met de tondeuse op stand nul. Zonder dat iemand het zag, plukte hij het van de grond, legde het op een wit papier, plooide het papier dicht en deed er kleefband op. Hij maakte er een cadeau van, dat hij me jaren later gaf. 

‘Haar van Christiane’  staat erop geschreven. 

Ik heb een trui die je breide. Ik wou dat hij blauw was, zoals degene die je had gebreid voor een dochter van een vriendin. Mijn trui was in een lelijke bruine kleur, de kleur van diarree. 

Ik droeg hem slechts tweemaal. Mijn jongste draagt de trui nu en loopt ermee rond alsof het de mooiste trui is die er bestaat. 

Ik wou dat ik hem vaker had gedragen. 

            Ik heb wat over is van jou bewaard in een schoenendoos. De doos staat weggestopt in wat ik het ‘chauffagekot naast onze slaapkamer noem’. 

Onder het schuine dak,

in een huis waar jij nooit bent geweest...”

Dit was mei 2022

Ik ken een paar mensen die ik vriendinnen zou noemen. Er is de luisterende vriendin die nooit oordeelt, de ernstige vriendin die raad geeft, de humoristische vriendin die nu en dan mijn bureau binnenstapt en me doet lachen en de pratende vriendin. Daartussen zitten mensen die ik misschien wel vriendin mag noemen maar misschien ook niet. Eén daarvan is de sportende vriendin. Deze sportende vriendin zit momenteel met haar baby’s in het ziekenhuis. Op Instagram postte ze een film waarin ze een grappige work-out doet met één van de baby’s die niet wil slapen. Voor iemand die dagelijks meerdere uren sport en beweegt zal het moeilijk stilzitten zijn. Ik vond het een grappig filmpje, en zoals zo vaak gingen mijn hersenen een stapje verder. Ik dacht aan het gezegde als een baby geboren wordt: “en het heeft al zijn tenen en vingers”. Alsof dat kind met één teen minder het leven niet zal aankunnen. Alsof ons brein zich niet voldoende aanpast aan één teen minder en dat kind door het leven gaat telkens zijn evenwicht verliezend. Ooit kende ik iemand, M.B., die een kind had dat stierf aan de leeftijd van vier jaar aan kanker. Ik denk dat M.B. liever een kind had gehad met negen tenen dat 80 jaar oud werd. De één krijgt al meer verdriet te verwerken dan de ander. Gelukkig zijn er dan die vriendinnen die luisteren, grappen maken, praten, sporten en daarbij ook een beetje psycholoog zijn. Gelukkig is er dan je gezin waar je je aan kan optrekken. Wij gingen deze maand samen eten naar aanleiding van de verjaardag van Willem, en het was tijd voor een nieuwe familiefoto.

Om af te sluiten, verspreid het woord. Ik ben op zoek naar een nieuwe job. Ken je iemand die op zoek is naar een hardwerkende secretaresse of een hardwerkende schrijfster? Of ben je zelf op zoek naar zo iemand? Bel me, schrijf me, laat me vlug iets weten. Of liever, mail me misschien, want bellen en brieven schrijven is zo jaren ’90 :).

Dit was april 2022

De maartse buien en aprilse grillen liggen achter ons. Misschien legt elke vogel in mei wel een ei.

1 mei is de dag waarop één van mijn goede vriendinnen verjaart. Het is iemand die op het juiste moment in mijn leven kwam, nu bijna 20 jaar geleden. Alsof de één mij werd ontnomen en zij in de plaats was gekomen om mij te steunen. Ik ben haar daar eeuwig dankbaar voor.

1 mei is sinds gisteren ook de dag waarop we voorgoed afscheid namen van mijn schoonzus. Ik kan hier honderd clichés schrijven. Maar ik doe het niet. Dat het leven soms oneerlijk is, dat weten we allemaal.

Dit was maart 2022 (en ook een beetje februari)

Februari vloog voorbij en voor ik het wist waren we halverwege maart. Te laat vond ik om nog een blog over februari te schrijven. De overgang februari naar maart deden we in De Haan, waar we twee nachten verbleven en vooral bijna niets deden. Alleen wat wandelen, lezen, schrijven en samen zijn. Dries, Dré en ik. Het was leuk en rustig. Soms zegt men, als het een moeilijke periode is, dat weggaan je hoofd kan legen. Alsof, als je in een andere omgeving bent, plots alles weer goed is. Alles komt goed, zeggen ze dan. Wel, niet alles komt goed. Een kleine pessimistische noot van mijn kant maar er gebeuren ook nog goeie dingen in ons leven. Zoals Dré die 15 jaar werd! Dré is, zoals het cliché het wil, mijn knuffelgat. Hij noemt me zijn mamaatje, zijn beste vriendin, en op andere dagen kunnen we elkaar rauw eten. Hij heeft het hart op zijn tong, en ik heb het meeste respect voor dit soort mensen. Zij die de waarheid zeggen, hoe hard die soms aankomt, maar zij faken niet, zij spreken je niet naar de mond, what you see is what you get. Dré, blijf vooral je unieke zelf.

In maart hebben wij de dingen gedaan die we het liefst doen. Lezen, fietsen, sporten. En zo weinig mogelijk de auto gebruiken. Want het zijn zware tijden. De energiefactuur is plots drie keer meer waardoor we de 500 euro per maand halen. Er blijft niet veel over om andere dingen te doen, we zijn zelfs al twee maanden niet meer in een boekenwinkel geweest. Een geluk dat we allebei werken, want hoe iemand alleen het allemaal moet beredderen, geen idee. Het bezorgde mij al enkele slapeloze nachten.

Maar zoals gezegd, het is niet al kommer en kwel. Zolang we elkaar hebben en zolang we samen gelukkig zijn, houdt niets ons tegen. Het is 1 april vandaag, buiten sneeuwt het, en binnen is het al bij al toch nog warm. Er zijn mensen die het veel slechter treffen.

Dit was januari 2022

Januari is traditioneel het jaar waarin er wat goede voornemens luidop worden gezegd. En meestal tegen februari alweer vergeten zijn. Ik heb maar één goed voornemen dit jaar, en ik hoop dat het me lukt. Als het lukt, zal ik hem luidop meedelen. Nu is het nog een wens gedaan bij het uitblazen van een kaars. Of het vinden van een wimper. Zo snel de tijd gaat, zo snel gaat het allemaal voorbij. Januari 2022 is alweer 31 afgestreepte dagen op de kalender. Ik verlang naar de ochtenden waarop ik op mijn fiets kan springen en vertrekken, zonder eerst tien minuten bezig te zijn met mijn jas aan te doen, mijn muts, mijn handschoenen, een paar handschoenen erboven, mijn fluojas. Gewoon, hup, het zadel op, de ochtendzon tegemoet. 

In januari zijn we weer volop gestart met onze groepssport en personal training. Sporten is ook een beetje psychologie, die uren dat ik daar sta te springen en te hotsen, zijn uren waarin mijn hersenen even stilstaan en ik me alleen focus op wat er vooraan wordt gezegd en voorgedaan. Drie maanden heb ik alleen staan springen en zweten voor de televisie, op opzwepende YouTube filmpjes waarin iemand riep dat ik het goed deed, maar dan in het Engels, dat ik niet mocht opgeven. Dat we tegen de zomer die bikini konden bovenhalen. Mijn grootste vrees was dat ik het sporten zou laten liggen en geen zin meer zou hebben om opnieuw op te starten, met alle gevolgen van dien. Maar het blijkt dus juist het omgekeerde te zijn, ik was er meer dan klaar voor. Als het kriebelt, moet je sporten! 

Dit was december 2021

Eerst en vooral, Dries en ik waren in december dit jaar 24 jaar getrouwd! En zoals elk jaar waren we het allebei (trommelgeroffel) VERGETEN. Maar echt iedere keer denken we er maar een paar dagen later aan, als het kalf al verdronken is, vijgen na pasen en wat je meer kan bedenken van spreekwoorden die hier toepasselijk zijn. Het is niet dat wij elkaar niet graag zien, ik zou niet eens weten wat ik zou moeten doen zonder mijn soulmate. Ik denk dat wij gewoon elke dag een beetje ons huwelijk vieren, dat we elke dag wel proberen iets liefs tegen elkaar te zeggen, of een lief streeltje (aaitje) geven. Ook al roept de jongste tijdens discussies altijd dat we moeten stoppen met ruziemaken. Lieve schat, we maken geen ruzie, we discussiëren. En trouwens, mijn ma zei altijd, het is stil waar het nooit waait. Echter, volgend jaar zijn we 25 jaar getrouwd en we zullen het vieren ook! 25 jaar heeft trouwens een extra betekenis voor ons, want we leerden elkaar kennen op het 25-jarige jubileum van mijn ouders. Hoe schoon is dat.

December was ook de maand waarin ik meedeed aan een kerstkaart-verstuur-actie. Het had wellicht een andere naam maar die ontglipt mij. De bedoeling was naar tien andere mensen een kerstkaart te sturen, tien mensen die ik van haar noch pluim ken. Het was via een bookstagram-account en ik vond het wel een leuk idee. En ik was zo verrast! En ik beloof hierbij volgend jaar beter mijn best te doen. De meesten stuurden een persoonlijk kaartje met een persoonlijke boodschap. Mensen die mijn blog leuk vonden, die Dries en ik nog veel mooie wandelingen wensten. Hoeveel zakjes thee vond ik niet in die enveloppes (Nederlandse gewoonte?), zo cool vond ik dat. Ik stuurde kaartjes rond in België en ook in Nederland. Volgend jaar doe ik weer mee, maar dan stuur ik ook een persoonlijke boodschap aan iedereen. Want dit is wat ik wil voor 2022. Ik heb geen specifieke wensen, ik weet nu al dat 2022 niet altijd even mooi en rooskleurig zal zijn. Ik heb geen glazen bol, maar dat is gewoon het leven. Wat ik dus wel wil, en ik zou zo graag hebben dat iedereen daar eens bij stilstaat en het ook gewoon doet is dit: geef complimentjes. Strooi ze rond. Het maakte me zo gelukkig de complimentjes op de kaarten. Ik doe het altijd al. Zeggen dat iemand een mooie trui aanheeft, dat de kleur hen echt goed staan. Zeggen dat de tekening die hij/zij/hen maakte prachtig is, zo mooi, zo echt, zo perfect. Dat ik gelachen heb met een tekst van mijn medecursisten maar ook bijna een traantje liet vallen omdat het zo ontroerend was. Complimentjes voor de mooie bakstenen voor het nieuwe huis, de kleurenshampoo die zo goed gelukt is, de mooie glimlach, de toffe schoenen. Complimentjes gewoon, omdat jij jij bent.

Als je het al doet, blijf het vooral doen. Als je het niet doet, probeer het eens. Ik garandeer je dat je er zelf gelukkig van wordt!

Dit was november 2021

Mijn blog start met een droevig bericht: onze jonge kater Freek, besloot deze maand met zijn witgesokte pootjes andere oorden te verkennen. Waar hij dan precies naar toe is, dat weten we niet. We hebben hier in de buurt rondgekeken naar een dood katertje en eerlijk, enigszins ben ik opgelucht dat we dat niet gevonden hebben. Freek is er niet de kat voor om ver weg te wandelen. ’s Ochtends rende hij in speedtempo mijn fiets achterna, maar verder dan tien meter kwam het beestje niet. Het was al een ritueel geworden. Freek die bijna in mijn wielen rende en ik die riep ‘maar Freekje toch, ik rij je nog eens dood!’ De dag voor hij verdween had hij heel erg met mij geknuffeld, zich genesteld op mijn schoot en zo nu en dan eens zijn staart heen en weer gezwaaid op zoek naar aandacht. Wij, dat is ons gezin samen met onze buren vrezen dat Freek in een bestelwagen is gestapt en nu ergens in België op vakantie is. Hij kroop graag in bestelwagens, en PostNL is hier kind aan huis. Ik hou het daarbij. Want de gedachte dat onze rakker de aarde heeft verlaten, daar kan ik niet zo goed weg mee. Even dachten we dat we hem gevonden hadden in Torhout, ik was er rotsvast van overtuigd, maar bij aankomst bij die lieve mensen bleek het katje in kwestie veel jonger te zijn. Sindsdien heb ik het zoeken opgegeven. Wie weet, komt Freek hier op een dag aangezwaaid met zijn witte sokjes, zijn witte bikini en zijn guitige gang.

Verder valt er niet zoveel te vertellen. Iedereen weet dat november weer k*k is. De cijfers gaan weer omhoog, de gezondheidszorg ziet het niet meer zitten en onze minister van onderwijs is, zoals gewoonlijk tijdens deze pandemie, weer niet mee met het verhaal. Er vallen veel collega’s uit in de ziekenhuizen en ik heb ten eerste enorm veel respect voor hen en ten tweede heel veel medelijden. Het is dweilen met de kraan open. Wij, en dan betrek ik mijn collega’s secretaressen erbij, staan niet zozeer tussen de corona positieven zelf, maar wij hebben het zo nu en dan ook eens zwaar te verduren. Wij zijn de eerste die de mensen aan de telefoon krijgen, en wij krijgen meestal de vlaag naar ons hoofd. Als we te laat de telefoon opnemen horen we ‘eindelijk’, alsof we zitten te wachten tot er eindelijk eens iemand belt. Als de arts hen niet terugbelt, krijgen wij de verwijten naar ons hoofd. Er was een tijd dat er respect was voor onze job en voor de artsen. Dat respect is ver te zoeken en zal nooit meer terugkomen. Gelukkig zijn er toch nog mensen die respect hebben, die ons behandelen zoals ze zelf behandeld willen worden. Dat zijn er zo’n 70 procent, maar helaas onthouden we meestal de 30 procent die naar ons roepen. Jammer.

Dus mensen, bij deze een oproep: iedereen doet wat hij kan, iedereen doet zijn best, en iedereen is het beu. Ook wij.

Dit was oktober 2021

Allereerst, voor ik mijn blog start van oktober, moet ik nog even dit nuanceren over september: Dries is wel goed in wiskunde, hij had alleen even een zwak moment :). Schrijven over familie of vrienden is altijd een beetje tricky.

Iets meer dan een jaar geleden startte ik met intensiever sporten. Jarenlang probeerde ik het ene na het andere dieet. Telkens met succes, weight watchers, met een diëtiste, ooit eens een zwak moment shakes, opnieuw weight watchers, uiteindelijk opnieuw een diëtiste. Alle keren dat ik aan het dieet bezig was, lukt het goed. De kilo’s gingen eraf, tot ik op het punt kwam dat de daling procentueel heel zwak werd en ik het opgaf. Wat had het voor zin, anders eten, oké, maar het is een levenslange roeping. En laat het nu zo zijn dat ik getrouwd ben met, laten we eerlijk zijn, de beste kok die er is. Voor mij toch, want hij weet perfect welke smaken ik lust. Nu we eerlijk zijn, ik snoep graag. Het is een zoete zonde, en die geef ik niet meer op. Niet dat ik dagelijks dozen koeken of kilo’s snoep eet, maar ik eet er wel.

Dries en ik gingen al een jaar of twee samen naar de fitness, in een soort opwelling kreeg ik plots het gevoel dat ik echt niet goed bezig was ’s avonds in de zetel voor de TV, ofwel werd ik sportief oud ofwel stram oud. Maar door de sluiting met corona verlegden we onze sport. Twee groepslessen deden we, meestal poppilates en pound. Uiteindelijk, in september startte ik met personal training. Ik was er zo positief over dat Dries enkele weken later meeging. Drie keer in de week gaan we sporten. Twee groepslessen en één uur personal training, bij, laten we eerlijk zijn, de beste personal trainer die er is. De eerste maanden kreeg ik de opdracht in het weekend te wandelen. Laat dat nu iets zijn wat ik niet zo graag doe. Voor mij is acht kilometer wandelen niet genieten van alles rondom mij, maar het is iedere kilometer blij zijn als mijn sporthorloge een sein geeft dat er weer een kilometer gewandeld is. Na een paar keer zag ik er echter de fun wel van in, samen wandelen in stilte, het heeft wel iets. In de warmere, drogere weerdagen nemen we onze koersfiets en doen we samen een ritje. Dat komt er dus op neer dat we in een week tijd al snel aan vier uur sport komen.

Ik ben niet meer op de weegschaal gaan staan sindsdien. Omdat ik niet wou ontgoocheld zijn, omdat ik op het punt wou komen dat sport plezier werd en niet meer een moeten. Ik heb dit punt enkele maanden geleden bereikt, in die mate dat ik nu zelfs thuis oefeningen sta te doen terwijl mijn PT in zwangerschapsverlof is. Mijn lichaam vraagt ernaar, als ik drie dagen niet beweeg, worden al mijn spieren stram en staan mijn schouders gespannen. Ik ben er trots op dat ik eindelijk dit punt bereikt heb en ik hoop dat het niet meer verdwijnt.

Vorige week ben ik op de weegschaal gaan staan. Vier keer na elkaar, je bent uiteindelijk niet altijd zeker dat die wel juist weegt, toch? Daarna vroeg ik aan mijn huisgenoten hoeveel kilo’s ze dachten dat ik kwijt was. Ze overdreven een beetje, uiteraard, want ze kennen hun moeder, ontgoocheling is mij niet onbekend. De ene zei vijf, de andere acht, één dacht zelfs tien kilo.

De waarheid is dit: ik ben één kilo bijgekomen in dat jaar. Had ik een rigoureus dieet gevolgd naast het sporten, dan was ik nu misschien met gemak tien kilo kwijt. Een bevriende diëtiste stelde me gerust, het getal op de weegschaal geeft niet altijd weer wat we zien. Ik heb al van sommige mensen complimenten gekregen, dat ik veel vermagerd ben. Hoe ik dat gedaan heb. Door te sporten dus. En te blijven eten. En één kilo bijgekomen te zijn.

Ik heb de weegschaal terug onder de kast geschoven. Voorlopig blijft die daar staan. Waarschijnlijk zal ik me de eerstvolgende keer wegen op het medisch onderzoek van het werk. Ik doe verder zoals ik bezig ben. Ik amuseer me met Dries bij het sporten, ik kijk uit naar het moment dat mijn PT terug start en we er weer de volle honderd procent voor gaan. In de tussentijd kijk ik naar filmpjes op YouTube waar degene op het scherm me zegt dat ik het goed doe, en dat ik moet doorzetten, nog vijf, vier, drie, twee, één keer. Ze telt zoals mijn echte personal trainer, van tien naar nul: tien, negenkommanegen, negenkommaacht, negenkommazeven, … en ik, ik zucht, puf, en zeg luid tegen de tv dat het bijna gedaan is zeker. Iets wat ik in real life niet durf zeggen maar wel heel vaak in één uur denk. Blijven lachen zegt Q dan.

Dit was september 2021

We zitten in de auto, Dries aan het stuur. Op radio Nostalgie horen we de eerste klanken van Marco Borsato’s ‘De meeste dromen zijn bedrog.’ ‘Dat liedje brachten ze vijftien jaar geleden uit,’ zegt Dries, ‘in mijn zevende specialisatiejaar.’ Nu weet ik dat hij niet zo sterk was in wiskunde, maar ik frons mijn voorhoofd. En tel terug. Hij was negentien het jaar dat hij afstudeerde. In 1995. Ik denk even na of ik hem wel zou verbeteren. Misschien wil hij liever weer 34 zijn. Ik probeer het hem op een zachte manier te vertellen, ‘het is 26 jaar geleden, je bent intussen bijna 45.’ Online vind ik dat het lied trouwens al uitkwam in 1994 is, 27 jaar geleden.

Op de achterbank zit Willem. We komen terug van Kortrijk waar we al zijn spullen in zijn kot hebben achtergelaten. Het is zijn derde jaar unief, volgend jaar vertrekt hij naar Leuven. Hij is twintig, denk ik, shit. Waar zijn die twintig jaar gebleven. Als ze ons als kind vertelden dat het leven snel gaat, hadden we daar geen oren naar. En ineens ben je 45 jaar verder. De eerste week van het eerste jaar dat Willem op kot was, dacht ik waarom toch. Ik miste hem die eerste week, aan tafel, om iets te vertellen, zijn schoenen die altijd in de weg staan. En de tweede week, en de derde week. Maar toen was ik eraan gewend, hij komt tenslotte ieder weekend naar huis. Mijn eerste (kleine) stap naar loslaten.

In de auto zingen we luidop mee met Marco Borsato, waarschijnlijk dik tegen de zin van Willem. De meeste dromen zijn bedrog, voor mij zijn al heel wat dromen uitgekomen. Het kan, zolang je maar niet het onmogelijke droomt.

Mijn mama was net 54 geworden toen ze stierf, op haar verjaardag gaven we haar een grote kaart met zoveel mogelijk boodschappen van familie en vrienden. Mijn opa langs vaderszijde was 94. Je mag er niet te lang bij blijven stilstaan als je bedenkt wat mijn mama in die 40 jaar had kunnen beleven. Hoeveel dromen zij nog waar had kunnen maken.

Dit was augustus 2021

Augustus was, op zijn zachts gezegd, op gebied van weersomstandigheden, echt slecht. Ik was nog een week in verlof en Dries en ik trokken drie dagen naar Limburg, Grote Brogel. Ons doel was drie dagen fietsen en tussendoor een gezonde wandeling. We boekten een B&B, De Pastory. Een oude pastorie die volledig werd gerenoveerd (niet te verwarren met de gelijknamige B&B in Ieper). De kamers waren prachtig, wij verbleven in de herderskamer met een gigantisch bed, gordijnen van plafond tot vloer en een heel mooie badkamer met een ligbad dat ik het liefst in de koffer van onze auto had gelegd om mee naar huis te nemen. Het beeld van een priester keek op ons bed neer, zodat we het niet al te bont zouden maken. We hebben hem naar de muur gedraaid.

We waren alleen die drie dagen, niemand anders had geboekt en we hadden het grote huis voor onszelf. De eigenares vroeg of we wilden dat ze het ontbijt kwamen klaarzetten, maar we bedankten vriendelijk. Het was eerder een zegen dan een last dat we ’s ochtends alleen waren (ik heb het niet zo voor een volle tafel ’s met kwetterende mensen ’s ochtendsvroeg).

Het regende. Het moment dat we aankwamen regende het keihard. Daarna is het een paar uur droog gebleven en konden we een wandeling van zeven kilometer maken. We gebruikten de Strava-app waar een mooie wandeling op stond. We kwamen tussen velden terecht waar asperges werden gekweekt, en op het einde kwamen we uit op het erf van een aspergeboer. Met schaamrood op de wangen zijn we zijn erf overgestoken. Sinds 1 september mag dat, maar in augustus was dat nog strafbaar. Dries praatte ons eruit door te zeggen dat we een bewegwijzerde wandeling volgden en dat dat toch niet kon kloppen dat we over zijn erf moesten wandelen. Gelukkig was de jonge boer heel begripvol…

Op dag twee vertrokken we heel vroeg met de koersfiets richting Bosland waar we boven de bomen fietsten. Leuk, maar ik zou alleen daarvoor niet naar Limburg rijden. We konden het 36 kilometer droog houden, maar de wind kwam op en die bracht een koude lucht mee, waardoor we blij waren weer bij de auto te zijn. ’s Avonds gingen we op restaurant, een goed biefstuk met een portie verse frieten. We hadden eerst een ander restaurant op het oog, op de Website stond dat reserveren mocht maar niet nodig was. Toen we daar aankwamen bleek het een heel trendy restaurant te zijn, heel veel tafels. Ik vroeg een tafel van twee, de baas vroeg of we gereserveerd hadden, ik zei nee, waarna hij met veel pretentie zei dat je hier nooit binnen raakt zonder te reserveren. Waarna ik hem duidelijk maakte dat hij dan maar zijn website moest aanpassen. Ik moet dringend nog eens een recensie op tripadvisor zetten.

Dat was het. Verder kwam er niets meer. Het begon na onze fietstocht te regenen en het stopte niet meer. ’s Avonds kookte Dries zelf iets, en daarna hebben we ons beiden in een leeszetel gezet (alle zetels zijn voor ons leeszetels), met een goeie pint/wijn erbij en wat snacks en hebben we genoten van de stilte. We waren al lang niet meer bezig met het feit dat het regende. We maken het weer niet zelf, maar de leute wel.

Op woensdag vertrokken we na het ontbijt naar huis, om te stoppen in Gent, in de Ikea. Waar we twee leeszetels kochten. Thuisgekomen hebben we de keukentafel verhuisd naar de atelier, de leeszetels in de plaats gezet. Die nieuwe zetels gewisseld met zetels uit de living, want de nieuwe bleken toch wat te hard te zijn om op te zitten.

En nu zitten we daar, ’s avonds, als de dag voorbij is, te lezen, of te streamen op de MacBook. Kruiswoordraadsels in te vullen. Iets drinken. Scrollen door IG en FB. Wat praten.

Samen ouder te worden. Op ons eigen ritme. Op onze eigen manier.

Dit was juli 2021

Ik was een week en twee dagen in verlof en ik kan nu al zeggen, het was te weinig. Echter het was een mooi verlof. We maakten geen bagages klaar om op reis te vertrekken, geen stress voor foutieve boekingen, auto’s die in panne geraakten of lange kilometers langs autosnelwegen. We bleven gewoon thuis en deden nu en dan een daguitstap. Zo heb ik het het liefst. Thuis is er alle luxe die we willen, waarom zouden we elders gaan. Ik ben dus, wat intussen wel duidelijk is, geen reiziger.

Ik heb veel gelezen, uiteraard. Daarnaast heb ik al wat nagedacht over het volgende cursusjaar, het laatste jaar Creatief Schrijven. Eindigen aan een cursus moet je doen met een knaller. Helaas, zo simpel is het niet. In de eerste twee jaren kregen we een ‘grote opdracht’, waar we het ganse schooljaar aan mochten werken en op het einde van het jaar kregen we er dan feedback over. Het eerste jaar schreef ik een kortverhaal, genre Young Adult. Het staat op mijn bureaublad te wachten om nog eens geopend te worden en wat aanpassingen aan te doen.

Dit jaar daagde ik mezelf uit door poëzie te schrijven. Ik heb weinig met poëzie, en als ik er al eens lees dan nog het liefst de soort die ik na één keer lezen begrijp. Door het werken aan mijn grote opdracht heb ik een klein soort liefde ontdekt voor het genre. Ik maakte een poëziebundel over emoties, met als titel ‘Deinos’, een Griekse term die de positieve en negatieve kanten van het leven omvat. Als bonusmateriaal maakte ik een filmpje. Oorspronkelijk had ik hiervoor familieleden en vrienden ingeschakeld, maar de jury gaf mij de tip het simpeler te maken. De tekst en tekening spreken volgens hen voor zichzelf.

Dus, bij deze, het bonusmateriaal van mijn ‘Grote Opdracht’, ‘Deinos’.

Ik heb al een idee in mijn achterhoofd voor volgend schooljaar, dat al binnen een maand weer start. Maar misschien, en waarschijnlijk, heeft mijn juf een ander idee in haar achterhoofd. Ik ben benieuwd!

*****

Dit was juni 2021…

Luisteren is een kunst. Meer cliché dan dit, is onmogelijk maar toch is het de waarheid. Een collega van mij, ik durf haar eerder een goeie vriendin te noemen, kwam deze week mijn bureau binnen met de woorden ‘je ziet er de laatste dagen verdrietig uit.’ Mijn eerste gedachte was, ‘oei, ik dacht dat ik het beter had verborgen.’ Want mijn gezicht spreekt altijd boekdelen. What you see is what you get. Maar verdriet probeer ik meestal niet te tonen.

Slechts een luttele seconde later dacht ik, waarom zou ik het verbergen? Waarom? Het antwoord is simpel, mensen kunnen moeilijk om met het verdriet van anderen. Als we vragen hoe het gaat, zijn we al niet meer aan het luisteren naar het antwoord. We horen ‘goed’, maar we luisteren niet. Het zijn meestal de woorden die niet luidop gezegd worden, die het luidst moeten klinken.

Die vriendin van mij, die hoorde mij en luisterde. Tien minuten van haar kostbare tijd heeft ze geluisterd. Ze heeft mijn probleem niet opgelost, want zij is niet almachtig. Echter, alleen al het feit dat ik mijn verhaal kon doen aan iemand die mijn niet gesproken woorden aanvoelde, dat was meer dan ik gehoopt had.

Hoop, het is een klein woord met slechts drie verschillende letters, maar het houdt zo veel meer in. Als kind hopen we al dat Sinterklaas de juiste cadeaus meebrengt, als volwassene hopen we een lang en gelukkig leven.

Ik ben nog steeds verdrietig, en dat zal wel even blijven duren. Maar ik heb hoop. En mensen om mij heen die luisteren. Voorlopig is dat voor mij voldoende.

P.S. Een andere collega, die ik ook een vriendin durf te noemen wenste me een goed weekend met de woorden: ‘geniet er maar van met een goed boek.’ Bij deze.

Dit was mei 2021…

Dries en ik waren in april dit jaar 26 jaar samen. Het moet ergens in april 1995 zijn dat we elkaar voor de eerste keer kusten. Ik denk de 16de. Overduidelijk, ik ben geen romantisch persoon. Ik hecht weinig belang aan de datum. We zagen elkaar voor de eerste keer op de 25ste huwelijksverjaardag van mijn ouders, in februari. Ik was er om te eten, hij was er om het eten te bereiden. Hoe niet-romantisch ik ook ben, voor mij was het liefde op het eerste gezicht. Het bestaat, mensen, het is geen fabeltje. Op onze kamer staat een houten kaart met de tekst: ‘ik ben nog steeds holderdebolder verliefd op jou.’ Ik kocht het een jaar of twee geleden, in een plotse opwelling van romantiek.

We trouwden in 1997 voor de wet in het stadhuis van Brugge. Onlangs zag ik een foto waarop we het stadhuis verlaten, ik loop een meter of drie voor Dries. Dat is een beetje hoe ons huwelijk verder getypeerd wordt. Ik ben altijd een paar stappen voor, de planner, de regelaar, terwijl Dries veel rustiger de dingen bekijkt. Ik liep niet weg van hem, ik liep ons leven samen tegemoet (romantisch, niet waar?). In 1999, op 17 december was ons kerkelijk huwelijk, samen met de doop van Robin, die in oktober was geboren. We nodigden 140 mensen uit naar het avondfeest, met het idee dat de helft niet zou komen. Op vier mensen na was iedereen aanwezig. Dries en ik hadden het lumineuze idee om zelf voor de catering te zorgen. De mensen kregen een koud buffet voorgeschoteld, met alles erop en eraan, dagen voorbereiding waren eraan voorafgegaan. Een toren met tomaat en garnalen kwam even vervaarlijk scheef te staan in de handen van mijn zus Anje, maar uiteindelijk liep ook dat goed af. Pas op het allerlaatste moment kozen we onze openingsdans, noch Dries noch ik hadden er voordien aan gedacht. Het maakte allemaal niets uit, zelfs niet het feit dat ik geen traditionele witte bruidsjurk droeg met sleep, maar een zwart broekpakje. De kilo’s na Robin waren nog niet afgewerkt en zouden ook nooit meer afgewerkt geraken. Het is maar best dat we daar ons geluk niet van laten afhangen. De mensen hadden plezier, aten en dronken, wij hadden plezier. Ze dansten tot 6 uur ’s morgens. We stonden achteraf uren af te wassen, Dries had zijn kokskleren aangetrokken en ging werken in het restaurant alsof we niet net de dag ervoor getrouwd waren en de nacht hadden doorgetrokken. Dat was onze trouwdag, en ik kan me er geen betere wensen.

Waarom ik dit nu vertel, als afsluiter van mei? Deze week heeft onze oudste zoon Robin zijn contract getekend. Een nieuw leven start voor hem. Gedaan met studeren, klaar om de arbeidsmarkt onveilig te maken. Hij is er klaar voor.

Wij? Wij ook wel, het is tijd, hij heeft zijn uiterste best gedaan om te komen waar hij nu is, straks mag hij zijn diploma afhalen en de eerste stappen zetten in zijn nieuwe toekomst. Een grote verandering, die mij even deed terugdenken aan hoe het allemaal begonnen is.

Volgend jaar zijn we 25 jaar getrouwd en dan plan ik een feestje. Dries zegt van niet, maar ik weet nu al zeker dat hij toch zal komen!

*****

Dit was april 2021…

Ik zette deze foto onlangs op Facebook en plaatste erbij: ‘ze zeiden duw hem maar omver, maar wist ik veel dat er iemand aan de andere kant ook duwde.’

De man aan de andere kant, die de boom terugduwt (met meer succes dan ik had, zoals je wel ziet aan de boom zelf), is mijn echtgenoot. Officieel getrouwd in 1997. Eerste zoon in 1999, tweede in 2001 en de derde in 2007. Ik hoor het al zeggen, zoals zo vaak gebeurt, och geen dochter? Dan vraag ik me af, is dit de maatstaf voor geluk? Een zoon en een dochter hebben? Ik ben tevreden als moeder van alleen maar zonen.

En toch, moederdag nadert alweer, volgende week. Ik herinner me de uitstapjes, de gesprekken, de band die ik had met mijn mama. Is het een unieke band? Moeder, dochter. Eén die ik niet meer ken? Ik zal het nooit weten, want de tijd van dochters en zonen baren ligt al even achter mij. Doch, ik prijs me gelukkig met Dries en mijn zonen, die heel vaak hun onvoorwaardelijke liefde aan mij tonen. Hoewel het even prikt in mijn hart als ik een moeder en dochter samen zie. Niet omdat ik de dochter mis, maar wel de moeder.

De foto hebben we trouwens laten afmaken, in het groot, op canvas. Onze personal trainer heeft hem genomen, stuurde hem door via WhatsApp en grapte, ‘hier zie, jullie trouwfoto.’ De vriendin van mijn zoon zei toevallig vorige week nog, ‘er hangt nergens een trouwfoto van jullie uit.’

Nu wel dus, al is het wel een ietwat unieke trouwfoto!


Dit was maart 2021…

ik lig in een vreemde houding met mijn ene been gebogen over het andere heen, een borend geluid doet me even denken aan de tandarts waar ik dringend een afspraak moet maken, maar nu niet aan denken want in mijn vreemde houding is er toch geen plaats om snel de iPhone aan mijn oren te zetten en de sneltoets tandarts in te drukken waarna iemand zal opnemen, zeggen goedemiddag met tandartsenpraktijk

de tijd gaat voorbij terwijl ik op een onbewaakt moment mijn ogen sluit, het geluid van de tandartsboor belemmert de slaap die alleen wil komen als het heel stil is, en donker maar donker is het hier niet want aan een scherp oog en een vaste hand alleen heeft de hand die de machine vasthoudt niet genoeg, en tijdens het anderhalf uur vraag ik me dingen af zoals

hoe heet de machine in die hand eigenlijk en hoeveel keer heeft deze hand dit al gedaan, de jeugdigheid staat op het gezicht te lezen

en wat zal ik doen met de tijd van anderhalf uur waarbij ik moet wachten terwijl mijn wederhelft mijn plaats inneemt

maar ach,

ik weet al lang van voordien dat mijn auto vanzelf de boekhandel zal vinden

en kost dat veel, zo’n naald?

zou ik mijn ene been mogen verleggen, straks raak ik niet meer recht van de pijn in mijn rug, die de pijn van de naald in mijn huid overtreft, en dan

hoor ik de stem die bij het jeugdige gezicht hoort, klaar

ik strompel van de ligbank, als een besje dat zelfs, op oude, afgeleefde leeftijd, op het veld nog patatten is gaan rapen en kijk tevreden naar mijn enkel, de jeugd staat op het gezicht van mijn tatoeëerder te lezen, het contentement op allebei ons gelaat

nog eens anderhalf uur later komt een even tevreden echtgenoot naar buiten, stil meisje hé zeg ik, nee zegt hij, wij hebben veel gepraat, waarna hij één vierde biografie op mij afstuurt

met dank aan tattoo_art_marjolijn

Mijn blog volgen

Krijg nieuwe content direct in je mailbox.

%d bloggers liken dit: