Maandelijkse blog

Dit was september 2021

We zitten in de auto, Dries aan het stuur. Op radio Nostalgie horen we de eerste klanken van Marco Borsato’s ‘De meeste dromen zijn bedrog.’ ‘Dat liedje brachten ze vijftien jaar geleden uit,’ zegt Dries, ‘in mijn zevende specialisatiejaar.’ Nu weet ik dat hij niet zo sterk was in wiskunde, maar ik frons mijn voorhoofd. En tel terug. Hij was negentien het jaar dat hij afstudeerde. In 1995. Ik denk even na of ik hem wel zou verbeteren. Misschien wil hij liever weer 34 zijn. Ik probeer het hem op een zachte manier te vertellen, ‘het is 26 jaar geleden, je bent intussen bijna 45.’ Online vind ik dat het lied trouwens al uitkwam in 1994 is, 27 jaar geleden.

Op de achterbank zit Willem. We komen terug van Kortrijk waar we al zijn spullen in zijn kot hebben achtergelaten. Het is zijn derde jaar unief, volgend jaar vertrekt hij naar Leuven. Hij is twintig, denk ik, shit. Waar zijn die twintig jaar gebleven. Als ze ons als kind vertelden dat het leven snel gaat, hadden we daar geen oren naar. En ineens ben je 45 jaar verder. De eerste week van het eerste jaar dat Willem op kot was, dacht ik waarom toch. Ik miste hem die eerste week, aan tafel, om iets te vertellen, zijn schoenen die altijd in de weg staan. En de tweede week, en de derde week. Maar toen was ik eraan gewend, hij komt tenslotte ieder weekend naar huis. Mijn eerste (kleine) stap naar loslaten.

In de auto zingen we luidop mee met Marco Borsato, waarschijnlijk dik tegen de zin van Willem. De meeste dromen zijn bedrog, voor mij zijn al heel wat dromen uitgekomen. Het kan, zolang je maar niet het onmogelijke droomt.

Mijn mama was net 54 geworden toen ze stierf, op haar verjaardag gaven we haar een grote kaart met zoveel mogelijk boodschappen van familie en vrienden. Mijn opa langs vaderszijde was 94. Je mag er niet te lang bij blijven stilstaan als je bedenkt wat mijn mama in die 40 jaar had kunnen beleven. Hoeveel dromen zij nog waar had kunnen maken.

Dit was augustus 2021

Augustus was, op zijn zachts gezegd, op gebied van weersomstandigheden, echt slecht. Ik was nog een week in verlof en Dries en ik trokken drie dagen naar Limburg, Grote Brogel. Ons doel was drie dagen fietsen en tussendoor een gezonde wandeling. We boekten een B&B, De Pastory. Een oude pastorie die volledig werd gerenoveerd (niet te verwarren met de gelijknamige B&B in Ieper). De kamers waren prachtig, wij verbleven in de herderskamer met een gigantisch bed, gordijnen van plafond tot vloer en een heel mooie badkamer met een ligbad dat ik het liefst in de koffer van onze auto had gelegd om mee naar huis te nemen. Het beeld van een priester keek op ons bed neer, zodat we het niet al te bont zouden maken. We hebben hem naar de muur gedraaid.

We waren alleen die drie dagen, niemand anders had geboekt en we hadden het grote huis voor onszelf. De eigenares vroeg of we wilden dat ze het ontbijt kwamen klaarzetten, maar we bedankten vriendelijk. Het was eerder een zegen dan een last dat we ’s ochtends alleen waren (ik heb het niet zo voor een volle tafel ’s met kwetterende mensen ’s ochtendsvroeg).

Het regende. Het moment dat we aankwamen regende het keihard. Daarna is het een paar uur droog gebleven en konden we een wandeling van zeven kilometer maken. We gebruikten de Strava-app waar een mooie wandeling op stond. We kwamen tussen velden terecht waar asperges werden gekweekt, en op het einde kwamen we uit op het erf van een aspergeboer. Met schaamrood op de wangen zijn we zijn erf overgestoken. Sinds 1 september mag dat, maar in augustus was dat nog strafbaar. Dries praatte ons eruit door te zeggen dat we een bewegwijzerde wandeling volgden en dat dat toch niet kon kloppen dat we over zijn erf moesten wandelen. Gelukkig was de jonge boer heel begripvol…

Op dag twee vertrokken we heel vroeg met de koersfiets richting Bosland waar we boven de bomen fietsten. Leuk, maar ik zou alleen daarvoor niet naar Limburg rijden. We konden het 36 kilometer droog houden, maar de wind kwam op en die bracht een koude lucht mee, waardoor we blij waren weer bij de auto te zijn. ’s Avonds gingen we op restaurant, een goed biefstuk met een portie verse frieten. We hadden eerst een ander restaurant op het oog, op de Website stond dat reserveren mocht maar niet nodig was. Toen we daar aankwamen bleek het een heel trendy restaurant te zijn, heel veel tafels. Ik vroeg een tafel van twee, de baas vroeg of we gereserveerd hadden, ik zei nee, waarna hij met veel pretentie zei dat je hier nooit binnen raakt zonder te reserveren. Waarna ik hem duidelijk maakte dat hij dan maar zijn website moest aanpassen. Ik moet dringend nog eens een recensie op tripadvisor zetten.

Dat was het. Verder kwam er niets meer. Het begon na onze fietstocht te regenen en het stopte niet meer. ’s Avonds kookte Dries zelf iets, en daarna hebben we ons beiden in een leeszetel gezet (alle zetels zijn voor ons leeszetels), met een goeie pint/wijn erbij en wat snacks en hebben we genoten van de stilte. We waren al lang niet meer bezig met het feit dat het regende. We maken het weer niet zelf, maar de leute wel.

Op woensdag vertrokken we na het ontbijt naar huis, om te stoppen in Gent, in de Ikea. Waar we twee leeszetels kochten. Thuisgekomen hebben we de keukentafel verhuisd naar de atelier, de leeszetels in de plaats gezet. Die nieuwe zetels gewisseld met zetels uit de living, want de nieuwe bleken toch wat te hard te zijn om op te zitten.

En nu zitten we daar, ’s avonds, als de dag voorbij is, te lezen, of te streamen op de MacBook. Kruiswoordraadsels in te vullen. Iets drinken. Scrollen door IG en FB. Wat praten.

Samen ouder te worden. Op ons eigen ritme. Op onze eigen manier.

Dit was juli 2021

Ik was een week en twee dagen in verlof en ik kan nu al zeggen, het was te weinig. Echter het was een mooi verlof. We maakten geen bagages klaar om op reis te vertrekken, geen stress voor foutieve boekingen, auto’s die in panne geraakten of lange kilometers langs autosnelwegen. We bleven gewoon thuis en deden nu en dan een daguitstap. Zo heb ik het het liefst. Thuis is er alle luxe die we willen, waarom zouden we elders gaan. Ik ben dus, wat intussen wel duidelijk is, geen reiziger.

Ik heb veel gelezen, uiteraard. Daarnaast heb ik al wat nagedacht over het volgende cursusjaar, het laatste jaar Creatief Schrijven. Eindigen aan een cursus moet je doen met een knaller. Helaas, zo simpel is het niet. In de eerste twee jaren kregen we een ‘grote opdracht’, waar we het ganse schooljaar aan mochten werken en op het einde van het jaar kregen we er dan feedback over. Het eerste jaar schreef ik een kortverhaal, genre Young Adult. Het staat op mijn bureaublad te wachten om nog eens geopend te worden en wat aanpassingen aan te doen.

Dit jaar daagde ik mezelf uit door poëzie te schrijven. Ik heb weinig met poëzie, en als ik er al eens lees dan nog het liefst de soort die ik na één keer lezen begrijp. Door het werken aan mijn grote opdracht heb ik een klein soort liefde ontdekt voor het genre. Ik maakte een poëziebundel over emoties, met als titel ‘Deinos’, een Griekse term die de positieve en negatieve kanten van het leven omvat. Als bonusmateriaal maakte ik een filmpje. Oorspronkelijk had ik hiervoor familieleden en vrienden ingeschakeld, maar de jury gaf mij de tip het simpeler te maken. De tekst en tekening spreken volgens hen voor zichzelf.

Dus, bij deze, het bonusmateriaal van mijn ‘Grote Opdracht’, ‘Deinos’.

Ik heb al een idee in mijn achterhoofd voor volgend schooljaar, dat al binnen een maand weer start. Maar misschien, en waarschijnlijk, heeft mijn juf een ander idee in haar achterhoofd. Ik ben benieuwd!

*****

Dit was juni 2021…

Luisteren is een kunst. Meer cliché dan dit, is onmogelijk maar toch is het de waarheid. Een collega van mij, ik durf haar eerder een goeie vriendin te noemen, kwam deze week mijn bureau binnen met de woorden ‘je ziet er de laatste dagen verdrietig uit.’ Mijn eerste gedachte was, ‘oei, ik dacht dat ik het beter had verborgen.’ Want mijn gezicht spreekt altijd boekdelen. What you see is what you get. Maar verdriet probeer ik meestal niet te tonen.

Slechts een luttele seconde later dacht ik, waarom zou ik het verbergen? Waarom? Het antwoord is simpel, mensen kunnen moeilijk om met het verdriet van anderen. Als we vragen hoe het gaat, zijn we al niet meer aan het luisteren naar het antwoord. We horen ‘goed’, maar we luisteren niet. Het zijn meestal de woorden die niet luidop gezegd worden, die het luidst moeten klinken.

Die vriendin van mij, die hoorde mij en luisterde. Tien minuten van haar kostbare tijd heeft ze geluisterd. Ze heeft mijn probleem niet opgelost, want zij is niet almachtig. Echter, alleen al het feit dat ik mijn verhaal kon doen aan iemand die mijn niet gesproken woorden aanvoelde, dat was meer dan ik gehoopt had.

Hoop, het is een klein woord met slechts drie verschillende letters, maar het houdt zo veel meer in. Als kind hopen we al dat Sinterklaas de juiste cadeaus meebrengt, als volwassene hopen we een lang en gelukkig leven.

Ik ben nog steeds verdrietig, en dat zal wel even blijven duren. Maar ik heb hoop. En mensen om mij heen die luisteren. Voorlopig is dat voor mij voldoende.

P.S. Een andere collega, die ik ook een vriendin durf te noemen wenste me een goed weekend met de woorden: ‘geniet er maar van met een goed boek.’ Bij deze.

Dit was mei 2021…

Dries en ik waren in april dit jaar 26 jaar samen. Het moet ergens in april 1995 zijn dat we elkaar voor de eerste keer kusten. Ik denk de 16de. Overduidelijk, ik ben geen romantisch persoon. Ik hecht weinig belang aan de datum. We zagen elkaar voor de eerste keer op de 25ste huwelijksverjaardag van mijn ouders, in februari. Ik was er om te eten, hij was er om het eten te bereiden. Hoe niet-romantisch ik ook ben, voor mij was het liefde op het eerste gezicht. Het bestaat, mensen, het is geen fabeltje. Op onze kamer staat een houten kaart met de tekst: ‘ik ben nog steeds holderdebolder verliefd op jou.’ Ik kocht het een jaar of twee geleden, in een plotse opwelling van romantiek.

We trouwden in 1997 voor de wet in het stadhuis van Brugge. Onlangs zag ik een foto waarop we het stadhuis verlaten, ik loop een meter of drie voor Dries. Dat is een beetje hoe ons huwelijk verder getypeerd wordt. Ik ben altijd een paar stappen voor, de planner, de regelaar, terwijl Dries veel rustiger de dingen bekijkt. Ik liep niet weg van hem, ik liep ons leven samen tegemoet (romantisch, niet waar?). In 1999, op 17 december was ons kerkelijk huwelijk, samen met de doop van Robin, die in oktober was geboren. We nodigden 140 mensen uit naar het avondfeest, met het idee dat de helft niet zou komen. Op vier mensen na was iedereen aanwezig. Dries en ik hadden het lumineuze idee om zelf voor de catering te zorgen. De mensen kregen een koud buffet voorgeschoteld, met alles erop en eraan, dagen voorbereiding waren eraan voorafgegaan. Een toren met tomaat en garnalen kwam even vervaarlijk scheef te staan in de handen van mijn zus Anje, maar uiteindelijk liep ook dat goed af. Pas op het allerlaatste moment kozen we onze openingsdans, noch Dries noch ik hadden er voordien aan gedacht. Het maakte allemaal niets uit, zelfs niet het feit dat ik geen traditionele witte bruidsjurk droeg met sleep, maar een zwart broekpakje. De kilo’s na Robin waren nog niet afgewerkt en zouden ook nooit meer afgewerkt geraken. Het is maar best dat we daar ons geluk niet van laten afhangen. De mensen hadden plezier, aten en dronken, wij hadden plezier. Ze dansten tot 6 uur ’s morgens. We stonden achteraf uren af te wassen, Dries had zijn kokskleren aangetrokken en ging werken in het restaurant alsof we niet net de dag ervoor getrouwd waren en de nacht hadden doorgetrokken. Dat was onze trouwdag, en ik kan me er geen betere wensen.

Waarom ik dit nu vertel, als afsluiter van mei? Deze week heeft onze oudste zoon Robin zijn contract getekend. Een nieuw leven start voor hem. Gedaan met studeren, klaar om de arbeidsmarkt onveilig te maken. Hij is er klaar voor.

Wij? Wij ook wel, het is tijd, hij heeft zijn uiterste best gedaan om te komen waar hij nu is, straks mag hij zijn diploma afhalen en de eerste stappen zetten in zijn nieuwe toekomst. Een grote verandering, die mij even deed terugdenken aan hoe het allemaal begonnen is.

Volgend jaar zijn we 25 jaar getrouwd en dan plan ik een feestje. Dries zegt van niet, maar ik weet nu al zeker dat hij toch zal komen!

*****

Dit was april 2021…

Ik zette deze foto onlangs op Facebook en plaatste erbij: ‘ze zeiden duw hem maar omver, maar wist ik veel dat er iemand aan de andere kant ook duwde.’

De man aan de andere kant, die de boom terugduwt (met meer succes dan ik had, zoals je wel ziet aan de boom zelf), is mijn echtgenoot. Officieel getrouwd in 1997. Eerste zoon in 1999, tweede in 2001 en de derde in 2007. Ik hoor het al zeggen, zoals zo vaak gebeurt, och geen dochter? Dan vraag ik me af, is dit de maatstaf voor geluk? Een zoon en een dochter hebben? Ik ben tevreden als moeder van alleen maar zonen.

En toch, moederdag nadert alweer, volgende week. Ik herinner me de uitstapjes, de gesprekken, de band die ik had met mijn mama. Is het een unieke band? Moeder, dochter. Eén die ik niet meer ken? Ik zal het nooit weten, want de tijd van dochters en zonen baren ligt al even achter mij. Doch, ik prijs me gelukkig met Dries en mijn zonen, die heel vaak hun onvoorwaardelijke liefde aan mij tonen. Hoewel het even prikt in mijn hart als ik een moeder en dochter samen zie. Niet omdat ik de dochter mis, maar wel de moeder.

De foto hebben we trouwens laten afmaken, in het groot, op canvas. Onze personal trainer heeft hem genomen, stuurde hem door via WhatsApp en grapte, ‘hier zie, jullie trouwfoto.’ De vriendin van mijn zoon zei toevallig vorige week nog, ‘er hangt nergens een trouwfoto van jullie uit.’

Nu wel dus, al is het wel een ietwat unieke trouwfoto!


Dit was maart 2021…

ik lig in een vreemde houding met mijn ene been gebogen over het andere heen, een borend geluid doet me even denken aan de tandarts waar ik dringend een afspraak moet maken, maar nu niet aan denken want in mijn vreemde houding is er toch geen plaats om snel de iPhone aan mijn oren te zetten en de sneltoets tandarts in te drukken waarna iemand zal opnemen, zeggen goedemiddag met tandartsenpraktijk

de tijd gaat voorbij terwijl ik op een onbewaakt moment mijn ogen sluit, het geluid van de tandartsboor belemmert de slaap die alleen wil komen als het heel stil is, en donker maar donker is het hier niet want aan een scherp oog en een vaste hand alleen heeft de hand die de machine vasthoudt niet genoeg, en tijdens het anderhalf uur vraag ik me dingen af zoals

hoe heet de machine in die hand eigenlijk en hoeveel keer heeft deze hand dit al gedaan, de jeugdigheid staat op het gezicht te lezen

en wat zal ik doen met de tijd van anderhalf uur waarbij ik moet wachten terwijl mijn wederhelft mijn plaats inneemt

maar ach,

ik weet al lang van voordien dat mijn auto vanzelf de boekhandel zal vinden

en kost dat veel, zo’n naald?

zou ik mijn ene been mogen verleggen, straks raak ik niet meer recht van de pijn in mijn rug, die de pijn van de naald in mijn huid overtreft, en dan

hoor ik de stem die bij het jeugdige gezicht hoort, klaar

ik strompel van de ligbank, als een besje dat zelfs, op oude, afgeleefde leeftijd, op het veld nog patatten is gaan rapen en kijk tevreden naar mijn enkel, de jeugd staat op het gezicht van mijn tatoeëerder te lezen, het contentement op allebei ons gelaat

nog eens anderhalf uur later komt een even tevreden echtgenoot naar buiten, stil meisje hé zeg ik, nee zegt hij, wij hebben veel gepraat, waarna hij één vierde biografie op mij afstuurt

met dank aan tattoo_art_marjolijn

Mijn blog volgen

Krijg nieuwe content direct in je mailbox.

%d bloggers liken dit: